LEZEN, LUISTEREN, MEEMAKEN

CTRL ART DELETE geeft cultuur betekenis!

WAT WERKT?

Ctrl Art Delete ziet veel tentoonstellingen, bezoekt evenementen en leest online over kunst & cultuur. Wat werkt? Wat is opzienbarend of de moeite waard? Je leest het hier. 


KLARE TAAL IN HET RIJKSMUSEUM

Woensdag was ik in het Rijksmuseum Amsterdam. Vooral omdat ik de Kimonomeisjes van Breitner en de Catwalk van Erwin Olaf graag wilde zien, maar ook om eens extra goed te letten op de publieksteksten. Toen het Rijksmuseum in 2014 na 10 jaar verbouwen heropende was niet alleen het gebouw opgepoetst, ook het beleid voor publieksteksten werd grondig herzien. Vakjargon moest eruit, klare taal erin. De gemiddelde cultuurtoerist moet de informatie met plezier willen lezen en begrijpen, zo luidt de richtlijn. Een verademing. 


Omdat het Rijksmuseum een voorbeeldfunctie heeft, werden nieuwe inzichten met landelijke museumcollega's gedeeld tijdens het symposium Tekst in het museum. Daar werd ook de experimentele samenwerking met filosoof Alain de Botton belicht. Hij schreef korte zaalteksten in het kader van zijn boek Art is Therapy. Zijn versie van zaalteksten werd echter niet overal gewaardeerd. Zie voor een fel commentaar het artikel van Wieteke van Zeil in de Volkskrant ("Niemand is erbij gebaat als een smurf te worden aangesproken"). Het experiment heeft de discussie over publieksteksten wel opengebroken. Want, hoe moet het dan wel? 

Uit een onderzoekje van Vice: kort, bondig en interessant, een havo 4 leerling moet het snappen - aldus Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. Bij het Stedelijk Museum Amsterdam: bezoekers prikkelen om beter en langer te kijken en iets nieuws te zien, desnoods in meer dan de strikte 60 woorden die de regel zijn bij het Rijksmuseum. 

Een vraag stellen aan de bezoeker is een optie die niet veel schrijvers van tekstborden uitventen. Bezoekers de opdracht meegeven om eens na te denken over de herordening van een vitrine bijvoorbeeld (Natural History Museum, London). Ik ben een voorstander van dit soort vrijheden, maar lees ondertussen zelf lang niet alle tekstborden die mij in het museum worden voorgeschoteld. Ik zal wel niet de enige zijn.. Hoe lossen we dat op? Stof te over voor een volgend symposium.


Natural History Museum, London

THE MUSEUM OF EVERYTHING

Als er zoiets bestaat als kunst die officieel geen kunst is, bestaat er dan ook tekst die officieel geen tekst is?

Outsider Art wil hij het expres niet noemen, de oprichter van The Museum of Everything. Onafhankelijke kunstenaars, niet-academisch misschien. Maar liever nog spreekt James Brett van 'onontdekte, onbedoelde, ongetrainde, en niet geclassificeerde kunstenaars van de moderne tijd'. In Kunsthal Rotterdam is nog t/m 22 mei 2016 een veelomvattend overzicht te zien van het werk van door hem bijeengebrachte einzelgängers uit de 18de, 19de en 20ste eeuw. 

In het schijnbaar eindeloze gangenstelsel van de tentoonstelling volgen lijntekeningen van manische hand, indringende portretten en houtsnijwerk elkaar op. Deze kunstenaars opereren doorgaans onder de radar van de officiële kunstwereld, maar staan nu steeds vaker in de spotlight. Na venues in Engeland en Venetië waagt nu ook Kunsthal Rotterdam de sprong in het diepe, met als resultaat één van de fascinerendste en beste tentoonstellingen die ik de laatste tijd heb gezien. 


Paul Laffoley, Andre Robillard

Het werk van de Nederlandse Marianne Schipaanboord (1965) vangt mijn aandacht. In woord en beeld maakt zij ons deelgenoot van haar complexe wereld. Het zijn vooral de teksten op haar werken die mij aan het denken zetten. Want als er zoiets bestaat als kunst die officieel geen kunst is, bestaat er dan ook tekst die officieel geen tekst is? En zo ja, wat is het dan wel? De ritmische woorden die de spastische en meervoudig gehandicapte Schipaanboord bij haar tekeningen voegt grijpen me in hun incomplete zinnnen en impulsieve woordgebruik naar de keel. Zij trekt zich niets aan van stijlvormen en grammatica, maar dat maakt haar teksten voor mij juist extra talig. Dat geldt misschien ook wel voor alle kunst die hier te zien is. Een eye opener en een aanrader dus.


Marianne Schipaanboord

TATE: A MUSEUM TO KNOW BY HEART

Een tentoonstellingsconcept dat het uiterste vraagt van ons geheugen.

In Tate Liverpool is een bijzonder project tot een spectaculair einde gekomen. De tentoonstelling Works to Know by Heart: An Imagined Museum bevroeg de kracht van ons geheugen. Hoe kijken we naar werken uit een tentoonstelling? Hoe herinneren we ze zodra we weer thuis zijn en hoelang blijft de herinnering levend? Met de afsluitende performance 2053: A Living Museum (20-21 februari 2016) werd de proef op de som genomen. De zalen waren leeg en alle objecten weggehaald, maar eerdere bezoekers van de tentoonstelling, dansers en andere artiesten hadden hun plek ingenomen. Zij brachten hun persoonlijke interpretatie van het werk over in woord, beeld, dans of wat zij dan ook maar geschikt vonden. 

Het tentoonstellingsconcept is gebaseerd op de sci-fi roman 451 Fahrenheid van Ray Bradbury. Hij beschreef een dystopsiche samenleving waarin alle literatuur in de ban wordt gedaan en verbrand. Om de verhalen nooit te laten verdwijnen leerden de mensen ze uit hun hoofd, by heart. De bevolking werd zo een levende bibliotheek. Stel dat in de toekomst, zeg in het jaar 2053, musea in het gedrang komen. Kan het museumpubliek dan ook een levend depot worden? Lees de lovende reacties op de Facebook-pagina van Tate of in dit artikel van The Guardian en oordeel zelf. 

KUSAMA IN LOUSIANA

Een hallucinerende museumervaring

Niet Louisiana in de USA, maar Louisiana Museum in Humlebaek, Denemarken. Een geweldig mooie plaats met een onafgebroken programmering van verbluffend goede tentoonstellingen. In de afgelopen jaren zag ik onder meer een solo van Anselm Kiefer, een verrassend overzicht van kunst en wetenschap over de Noord- en Zuidpool, de indoor rotstuin van Olafur Eliasson, en afgelopen najaar Yayoi Kusama. 

Yayoi Kusama (Tokyo, 1929) staat bekend om haar hallucinerende kunstwerken, vaak bespikkeld met polkadots. Eind jaren 50 kwam Kusama vanuit Japan naar de Verenigde Staten, precies op tijd om mee te gaan in de flux van de jaren 60. Haar happenings met naakte mensen die elkaar beplakken met stippen waren doorspekt met feministische en politieke statements - en daarom zeer spraakmakend.

In Louisiana Museum is permanent één van haar Infinity Rooms te zien. 'Gleaming Lights of the Soul' (2008) sorteert dankzij een dun laagje water op de vloer en spiegelmuren het effect van een eindeloze ruimte vol lichtjes. Alsof je vanaf een hoog balkon uitkijkt over een miljoenenstad, maar dan zonder het lawaai. Dit najaar waren de museumzalen ingericht met de eerste Scandinavische overzichtstentoonstelling van haar eigenzinnige oeuvre. Van vroege werken op papier, geschilderde 'Infinity Nets' en modeontwerpen uit de jaren 60, tot levensgrote pompoenen, eveneens een terugkerend element in haar werken.


Yayoi Kusama,  'Gleaming Lights of the Soul' (2008)

Persoonlijk hoogtepunt was de editie van 'Obliteration Room', een zaal ingericht als woonruimte met werkende piano. Bij aanvang van de tentoonstelling was de ruimte nog helemaal wit, maar in de loop van de maanden is deze door de bezoekers van onder tot boven volgeplakt met gekleurde cirkelvormige stickers: een duizelingwekkend staaltje community art. Hoewel het werk in wezen een fel kritiek is op de burgerlijke middenklasse, laat Kusama het publiek op een positieve manier meedoen en nadenken over hun omgeving. Iets waar het museum de uitgelezen plaats voor is. 

De tentoonstelling Yayoi Kusama. In Infinity in Louisiana Museum was te zien t/m 24 januari 2016.

afbeelding: Yayoi Kusama, Obliteration Room.

EEN PIJNLIJKE GESCHIEDENIS

Rijksmuseum Amsterdam verwijdert omstreden woorden uit collectiebeschrijvingen. 

De meeste musea hanteren een uitgebreide collectieadministratie. Per object is onder meer bekend welke techniek werd gebruikt, van welk materiaal het object gemaakt is en welke titels het heeft (gehad). Ook wordt doorgaans de voorstelling beeldend omschreven. In die omschrijvingen komen regelmatig verouderde woorden en beschrijvingen voor, niet zelden met een bijsmaak die we nu als racistisch zouden omschrijven: Mohammedaan, indiaan en neger bijvoorbeeld. Daarom heeft het Rijksmuseum besloten deze termen en beschrijvingen te verwijderen en te vervangen door hedendaagse neutrale equivalenten. Niet langer een 'negerbediende', maar een 'jonge zwarte bediende'.

Tegenstanders noemen dit geschiedvervalsing. Immers, we moeten accepteren dat de wereld aan verandering onderhevig is en de maatschappelijke opvattingen des te meer. Dat het museum klachten kreeg van bezoekers die een woord als 'hottentot' op tekstbordjes onacceptabel vinden, is wat mij betreft echter reden genoeg om de discussie te voeren. Het bevestigt nogmaals het belang van een weloverwogen omgang met tekst. Zeker nu steeds meer museumcollecties en beschrijvingen online vrijgegeven worden en dus wereldwijd te raadplegen zijn. Het museum, zowel fysiek als digitaal, is een plek waar iedereen zich moet kunnen verhouden tot de wereld, op een manier die herkenbaar is en niet kwetsend. 

Lees er meer over: http://nos.nl/artikel/2074079-rijksmuseum-schrapt-woorden-als-neger-en-indiaan.html 

Afbeelding: Cornelis van Haarlem, Het toilet van Batseba (1594). Collectie Rijksmuseum Amsterdam.